Onder de microscoop wordt het duidelijk: stof is een ‘bont geheel’ van deeltjes van verschillend formaat die zich met elkaar mengen en verbinden. Van dode huidschilfers, tapijtvezels, pollen en haren van huisdieren tot fijn stof, het is er allemaal bij en vormt een voedingsbodem voor ongenode gasten zoals stofluizen, huisstofmijten, bacteriën en schimmelsporen. Afhankelijk van de grootte en het gewicht van de deeltjes vliegt het stof naar alle kanten of blijft het rondcirculeren zonder neer te slaan.
De samenstelling van huisstof is afhankelijk van de kamer, de ligging van de woning en het aantal bewoners en hun leefwijze. Een groot deel van het vuil brengen we met onze schoenen mee naar binnen. Daarom zijn schoonlooproosters, kokos- en textielmatten of rubbermat belangrijk als ‘vuilvangers’. Als ze voor de deur worden gelegd, vangen zij al een groot deel van het vuil op, dat anders in de gang of in andere woonruimtes terecht zou komen. Door te ventileren komen er ook roet, schimmelsporen of pollen in huis binnen.