Eigenschappen van natuursteen kennen
Natuurstenen worden in allerlei sectoren gebruikt: in de industrie, in de tuinaanleg, voor gevels, in de kunst, als gemetselde muur of bij de interieurbouw waar ze vaak als vloerafwerking te vinden zijn. Ze worden gedolven in steengroeven en op maat gezaagd in steenverwerkende bedrijven.
Vervolgens wordt het oppervlak bewerkt, bijvoorbeeld gepolijst, gevlamd, geslepen of geschuurd. Er is geen kunstmatig materiaal dat de grote veelzijdigheid aan kleuren en uiterlijk kan evenaren. Verschillende soorten natuursteen met een identiek of vergelijkbaar uiterlijk kunnen technisch heel verschillende eigenschappen bezitten, met name voor wat betreft de gevoeligheid voor alkaliën of zuren, dichtheid en wateropname. Daaruit valt af te leiden, welke steen geschikt is voor welke toepassing en hoe hij moet worden onderhouden zodat hij er langdurig mooi uit blijft zien.
Aan de hand van hun technische verwerkingseigenschappen kunnen natuurstenen worden onderverdeeld in hardheidsgradaties: hard gesteente (gneis, graniet, kwartsiet, basalt of gabbro), middelhard gesteente (marmer, Solnhofer-platen, jura of serpentijn) en zacht gesteente (kalkhoudende zandsteen, tufsteen of leisteen). Door deze indeling kan men de mechanische belasting inschatten, wat niet alleen relevant is voor de verwerking maar ook voor de reiniging. Zo hebben bijvoorbeeld alle harde gesteentes vergelijkbare chemische eigenschappen: ze zijn meestal krasbestendig en ongevoelig voor alkaliën. Daarom worden ze vaak buiten gebruikt, waar ze zwaar belast worden. Daarentegen is zacht gesteente aanzienlijk kwetsbaarder. Bij de reiniging daarvan moeten harde borstels achterwege worden gelaten, anders ontstaan er al snel krassen.























