Bewateringsapparatuur
De eerste vraag die je jezelf moet stellen om te weten wat je nodig hebt is: welke waterbron ga ik gebruiken en hoe krijg ik dat bij de planten? In principe heb je qua waterbron drie opties voor het bewateren van je tuin: a: je gebruikt regenwater dat je hebt opgevangen in een container; b: je gebruikt grondwater uit een put, of c: je sluit een klassieke tuinslang of een bewateringssysteem aan op het waternetwerk van je huis. Bij de laatste optie kunnen de kosten behoorlijk oplopen, dus dat rechtvaardigt dan misschien de investering in een bewateringssysteem met bijvoorbeeld een pomp. Wat betreft het materiaal om het water door de tuin te verspreiden zijn er verschillende mogelijkheden: je kunt kiezen voor sproeiers, slangen, spuitpistolen, pompen of een automatisch bewateringssysteem (meer informatie hieronder). Voor de opslag van je materialen, bijvoorbeeld het slangensysteem, is er een keur aan trolleys en boxen op de markt verkrijgbaar.
Regelmaat:
Bij het bewateren van je tuin is regelmaat het sleutelwoord! Planten en perken moeten overvloedig worden bewaterd, zodat het water diep in de grond kan doordringen en de wortels kan bereiken. In elk geval moet je proberen te vermijden je tuin elke dag van water te voorzien. Want niet alleen is dat duur en verslindt het een hoop energie, het is ook niet echt nodig. De frequentie waarmee je water geeft hangt af van de samenstelling van de grond. Je kunt deze vuistregel hanteren: zandachtige grond moet ongeveer eens in de vier dagen water krijgen, kleiachtige grond eens per week.