Zo vindt u de juiste pomp:
1. Teken de functiecurve die overeenkomt met de gebruikte slang (1/2" of 3/4") in het diagram met de karakteristieke curven van de pompen. Begin bij de gewenste opvoerhoogte (verticale as) voor uw toepassing (in het voorbeeldschema: 5 m).
2. Definieer het debiet van uw verbruik (in het voorbeeld: 1000 l/u). Om het debiet voor uw gebruik te bepalen, stelt u eerst het startpunt voor de verbruikswaarde in op de horizontale as.
3. Reken vervolgens de bij uw gebruik passende werkdruk om naar een opvoerhoogte (1 bar = 10 m). Voeg de opvoerhoogte toe aan uw startpunt en markeer het verkregen werkpunt voor uw gebruik.
De pompkarakteristiek boven het werkpunt toont u de ideale pomp voor uw toepassing. Om te profiteren van een voldoende vermogensreserve, kiest u best voor de pompmaat daar net boven.
Elke verbruiker/gebruik komt overeen met een specifiek werkingspunt. Om dit te bepalen, zijn hier enkele voorbeelden ter leidraad (gegevens afhankelijk van leveringshoogte, lijn-/slangsectie):
- Sproeier: ca. 1.000 l/u bij 2 bar (opvoerhoogte 20 m)
- Spuitpistool: ca. 750 l/u bij 2 bar (opvoerhoogte 20 m)
- Toilet doorspoelen: ca. 400 l/u bij een minimale druk van 0,5 bar (bij voorkeur 1 bar [10 m opvoerhoogte])
- Wasmachine: ca. 800 l/u bij een minimale druk van 0,5 bar (bij voorkeur 1 bar [10 m opvoerhoogte])