- Wat te doen als de pomp draait maar geen water transporteert:
1) Er zit lucht in de pomp
a. De correcte inbedrijfstelling controleren
2) Het aanzuigbereik wordt geblokkeerd door vuildeeltjes
a. De netstekker uit het stopcontact trekken
b. Het aanzuigbereik reinigen
3) De voorfilter is verontreinigd
a. De netstekker uit het stopcontact trekken
b. De pomp laten afkoelen
c. Het aanzuigbereik reinigen
d. De voorfilter reinigen
e. Vuilresten aan de bodem van de vulaansluiting via de vulopening uitspoelen
f. De pomp inschakelen
4) De aanzuigslang of de aansluitadapter is niet correct ingeschroefd
a. Controleren of de afdichtingen correct zijn aangebracht
b. De aanzuigslang en de aansluitadapter met de hand aantrekken
- Wat te doen als de pomp niet start of tijdens het gebruik plotseling blijft staan:
1) De stroomvoorziening is onderbroken
a. De zekeringen en elektrische verbindingen controleren
2) De voorfilter is verontreinigd
a. De voorfilter reinigen
b. Vuilresten aan de bodem van de vulaansluiting via de vulopening uitspoelen
3) De pomp bevindt zich in het automatische gebruik en de druk in het systeem ligt boven 1,3 bar. In het automatische gebruik loopt het apparaat niet als meer dan 1,3 bar binnendruk voorhanden is, d.w.z. als op de pomp een waterzuil van meer dan 13 m werk
a. Druk in het systeem verlagen. De pomp schakelt automatisch in zodra de druk in het systeem onder 1,3 bar daalt.
- Wat te doen als de pomp stopt en LED "Fout aan zuigzijde" brandt:
1) De doorstroming is gestoord, er wordt geen druk opgebouwd
a. De netstekker uit het stopcontact trekken
b. Controleren of er voldoende water in het aanzuigreservoir (bijv. regenput) voorhanden is
c. De aansluitingen aan de zuigzijde op lekkages controleren
d. De voorfilter reinigen
e. Vuilresten aan de bodem van de vulaansluiting via de vulopening uitspoelen
f. De pomp inschakelen
2) De doorstroming is te gering, de droogloopbeveiliging heeft de pomp uitgeschakeld
a. Controleren of er voldoende water in het aanzuigreservoir (bijv. regenput) voorhanden is
b. De waterkraan verder openen. De doorstroming wordt verhoogd.
3) Fout bij het aanzuigen op basis van een lekkage of een gesloten waterkraan. De pomp beëindigt de zuigmodus niet
a. De waterkraan openen
b. Het systeem op lekkage controleren. Als de lekkage niet kan worden verholpen, een bufferreservoir inbouwen.
- Wat te doen als de pomp stopt in het automatische gebruik en de LED "Fout aan drukzijde" brandt:
1) De pomp schakelt door lekkages vaak in en uit
a. De drukzijde op lekkages (bijv. druppelende waterkraan) controleren. Als de lekkage niet kan worden verholpen, een bufferreservoir inbouwen
b. De pomp inschakelen
2) De druk is na het uitschakelen van de pomp te gering. Het apparaat start onmiddellijk opnieuw en schakelt vaak in en uit
a. Druk aan de drukzijde verhogen. Bij gebruik in de tuin een tuinslang met een minimumlengte van 5 m bij een diameter van ¾" resp. van 15 m bij een diameter van ½" gebruiken. Bij vaste installatie een bufferslang of een bufferreservoir.
b. De pomp inschakelen
- Wat te doen als de pomp stopt in het handmatige gebruik en de LED "Fout aan drukzijde" brandt:
1) De pomp loopt minstens 4 minuten, hoewel de uitgang aan drukzijde (bijv. de waterkraan) gesloten is. De oververhittingsbeveiliging schakelt het apparaat uit
a. De netstekker uit het stopcontact trekke
b. De aan drukzijde aangesloten waterafname openen
- Wat te doen als het vermogen afneemt of te gering is:
1) Het aanzuigbereik wordt geblokkeerd door vuildeeltjes
a. De netstekker uit het stopcontact trekken
b. Het aanzuigbereik reinige
2) De voorfilter is verontreinigd
a. De netstekker uit het stopcontact trekken
b. De pomp laten afkoelen
c. Het aanzuigbereik reinigen
d. De voorfilter reinigen
e. Vuilresten aan de bodem van de vulaansluiting via de vulopening uitspoelen
f. De pomp inschakelen
3) De zuigzijde is ondicht
a. De zuigzijde op dichtheid controleren.
4) De maximale hoogte is overschreden of het volume is niet geoptimaliseerd.
a. Maximale hoogte in acht nemen
b. Eventueel andere slangdiameter of andere slanglengte kiezen
5) De doorsnede aan de drukzijde is vernauwd
a. Het ventiel of de kogelkraan volledig openen.
6) De slang aan de drukzijde is geknik.
a. De knikplaatsen in de slang verwijderen